Het zijn ónze gevangenen

Leo De Weerdt

Vanuit de ILRG (Interreligieus en levensbeschouwelijke raad binnen Justitie – Gevangeniswezen), waar ik deel vanuit maak, deden we vrijdag laatstleden een oproep aan de overheden van dit land.  We stellen namelijk vast dat tijdens de acties van de laatste weken de basisrechten van gedetineerden serieus in de knel gekomen zijn. Dat geldt met name voor het ontvangen van voedsel en medicijnen, het recht om te douchen en gelucht te worden en het recht om te telefoneren en bezoek te ontvangen. Wij kunnen niet anders dan vrezen dat er op dit moment in onze Belgische gevangenissen schendingen van de mensenrechten plaatsvinden. De acties die nu door het personeel gevoerd worden, zijn ongetwijfeld mede ingegeven door verontrusting over de resultaten van een decennialang gevoerd beleid van desinvesteringen in het gevangeniswezen. Dat heeft zijn gevolgen voor het personeel, de gebouwen, maar juist ook voor de gevangenen zelf. Zij hebben recht op de correcte toepassing van de ´Basiswet´ die een minimum aan kwaliteit bij de uitvoering van detentie moet waarborgen. De op deze rechten gebaseerde zorg voor mensen die op last van justitie worden van hun vrijheid beroofd moet in het gevangeniswezen altijd vooropstaan.”[i] De humane bejegening van gedetineerden is tenslotte een zaak die de gehele samenleving aangaat.

En wat ons vanuit de geestelijke verzorging, binnen de huidige sociale onrust die onze gevangenissen treft, zo schokkeert, is precies die onverschilligheid ten opzichte van het lot van de gedetineerden. Dat is het waar het ons aalmoezeniers en consulenten uiteindelijk om gaat. Toch is het noodzakelijk, om een beter beeld te krijgen op de huidige situatie van onze mensen achter de tralies, vooraf een korte impressie te geven over het huidige beleid binnen het gevangeniswezen.

Ik  werk reeds 15 jaar als aalmoezenier in de gevangenis van Brugge, en er is bij wijze van spreken, geen jaar voorbij gegaan of er was wel eens een staking. In zoverre dat ik verbaasd was indien men eens een jaartje oversloeg. Dit is vanzelfsprekend revelerend voor de malaise die reeds lang (er) aanwezig is in onze gevangenissen. Het verbaasd me dan ook niet dat het tot deze schrijnende situatie is gekomen. Aan een analyse van het gevangenissysteem waag ik me hier niet maar het is duidelijk dat deze aan een grondige herziening toe is. Deze is met veel creativiteit en goede wil opgestart onder de nieuwe minister van Justitie Koen Geens en zijn medewerkers. Maar dan wel, en dat moeten we allemaal toegeven, onder een bijzonder ongunstig gesternte. In het klimaat van de recente aanslagen die ook ons land troffen lijken er alleen maar nieuwe opdrachten voor onze gevangenissen bij te komen. Denk maar aan de overvraging van de afdeling van hoge veiligheid, de afdeling voor de terro-gedetineerden, enz.. Dat alles schept ook bij het personeel onrust en onduidelijkheid. Bovendien moet er dan ook nog gespaard worden en kondigen er zich rationaliseringsmaatregelen aan.  Wat Vlaanderen betreft hebben we in het kader van de aangekondigde besparingen onze les (voorlopig althans) goed voorbereid . In alle Nederlandstalige Instellingen zijn er sinds verschillende maanden per gevangenis werkgroepen aan de slag om na te gaan hoe men in praktijk deze besparingsmaatregelen zo gunstig mogelijk kan implementeren binnen het personeelssysteem. In Wallonië is men daar blijkbaar heel recent mee gestart en dit veroorzaakt nu de grote sociale onrust bij onze Zuiderbelgen. Hierover zijn duidelijk nog niet de laatste lijnen geschreven.

Maar hiermee heb ik nog niets gezegd over de gedetineerden zelf. In tegenstelling tot hoe het ons soms wordt voorgesteld, is en blijft beroofd worden van je vrijheid voor de meesten een zeer ingrijpende en vernederende gebeurtenis. De meeste mensen die vandaag in onze gevangenissen verblijven komen uit sociale milieus die beduidend minder kansen geven: minimale opvoeding, slechte schoolervaring, lage opleidingsgraad, enz., kortom: vaak diegenen die niet meer mee kunnen in onze maatschappij en om één of andere reden dan ook op een verkeerde manier afhaken. Daar waar we er als samenleving alle belang bij hebben om deze groep zo vlot mogelijk terug te laten aansluiten, iets wat trouwens volledig in de lijn ligt van de principes van de Basiswetgeving, stellen we vast dat men vanuit de samenleving (te) weinig of niet betrokken is op het lot van onze gedetineerden. Alles wat er zich momenteel afspeelt in onze gevangenissen is daar een goed voorbeeld van.

Onlangs las ik het boek “Is dit een mens”, een heel aangrijpend en confronterend verhaal van de Italiaanse Jood Primo Levi waarin hij schrijft over zijn deporatie naar en zijn verblijf in Auschwitz. In het voorwoord van zijn boek, een herdruk van de jaren 70 zegt hij, dat er vandaag gelukkig nergens meer gaskamers of verbrandingsovens bestaan maar in bijna alle landen zijn er gevangenissen, krankzinnigengestichten enz. een soort van op zichzelf staande systemen, opgericht door mensen om andere mensen in op te sluiten en waar net zoals in Auschwitz, een mens het risico loopt zijn naam en gezicht te verliezen zijn waardigheid en zijn hoop. En het is onze plicht zo zegt Primo Levi, om als samenleving en als individu hier altijd waakzaam voor te blijven.

 

Een kortere versie van deze opiniebijdrage verscheen op donderdag 19 mei 2016 in De Standaard.

 

[i] leden van de ILRG, de Inter-Levensbeschouwelijke Raad van bevoegde instanties inzake de religieuze en niet-confessionele morele bijstand in de Gevangenissen; de leden zijn de Unie Vrijzinnige Verenigingen; de Katholieke eredienst: de Islamitische eredienst; de Israëlitische eredienst, de Anglicaanse eredienst; de Orthodoxe eredienst; de Protestants-evangelische eredienst.

 

Feb 2018:
Binnenkort komt hier een nieuwspagina met regelmatige updates van binnenlands en buitenlands nieuws over het gevangenis­wezen. Voor wie graag op de hoogte blijft: Schrijf je in voor onze nieuwsbrief  →